Bedrijfsvoering:
Huisvesting

Financiën

Bedrijfsvoering

In dit hoofdstuk schrijven we over huisvesting en de staat van financiën in het primair onderwijs.

Reserves nemen af

Het ministerie van OCW en de Onderwijsinspectie hanteren sinds 2020 een signaleringswaarde voor het identificeren van een mogelijk bovenmatige eigen vermogen bij een schoolorganisatie. De Inspectie van het Onderwijs benadrukt dat de signaleringswaarde ontwikkeld is als start van ‘het goede gesprek’ over reserves. Helaas wordt de signaleringswaarde, tegen het advies van de Inspectie van het Onderwijs in, in de discussies over de reservepositie toch regelmatig gebruikt als een absolute bovengrens. Zoals hierboven besproken heeft de wijziging in de verslaglegging over groot onderhoud een aanzienlijke impact op de vermogens, terwijl dit niets zegt over de daadwerkelijke bedrijfsvoering. Bovendien is er vanaf 2024 een technische wijziging in de manier waarop de reservering voor groot onderhoud in de jaarcijfers moet worden verwerkt. Als een schoolorganisatie kiest voor een ‘voorziening groot onderhoud’, is de verwachting dat de reserves in 2024 fors zullen dalen. Wordt gekozen voor activeren en afschrijven van het groot onderhoud, dan zal de hoogte van het eigen vermogen fors toenemen. Daardoor is de huidige systematiek van de signaleringswaarden, volgens de PO-raad, vanaf dat jaar eigenlijk niet meer bruikbaar. Omdat OCW de waarde nog wel gebruikt, geven wij hier toch een beknopte indicatie van de ontwikkeling. Wanneer de signaleringswaarde toegepast wordt, heeft 45% van de schoolorganisaties in het primair onderwijs geen bovenmatig publiek eigen vermogen, dat is een stijging van 5%-punt ten opzichte van een jaar eerder. Bovenmatige reserves nemen dus af. Ook zijn er grote verschillen tussen schoolorganisaties. Het beoordelen of de reservepositie ook daadwerkelijk bovenmatig is, is daarom maatwerk: hierbij kan niet blind worden gevaren op de signaleringswaarde.

Document om verantwoording van reserves te documenteren

Uit de jaarrekeningen blijkt dat in 2021 ruim 70% van de po-schoolorganisaties een voorziening groot onderhoud op de balans had staan en dat dit in 2024 gedaald was tot 40% van de schoolorganisaties. Dit wijst erop dat meer schoolorganisaties gebruik zijn gaan maken van de methode “activeren en afschrijven”. Aangezien dit een opdrijvend effect op de reserves moeten hebben, geeft de daling van het vermogen aan dat het effect van het eindigen van bv. het NPO en de inzet van schoolbesturen om het bovenmatig vermogen te verlagen, nog groter is dan dat de platte cijfers laten zien of doen vermoeden.

Scholen hebben inzicht en een stabielere ontwikkeling van de bekostiging nodig

Scholen in het primair onderwijs ontvangen structureel geld van het Rijk: de reguliere basisbekostiging (lumpsum). Daarnaast gaan er extra geldstromen in de vorm van tijdelijke subsidies en geoormerkte bekostiging naar scholen om specifieke doelen of speerpunten van de overheid te realiseren. Dit heet doelfinanciering.

Uit de onderwijsbegroting blijkt dat de subsidies de afgelopen jaren flink zijn toegenomen. In 2024 is er een flinke afwijking in de realisatie te zien ten opzichte van de Rijksbegroting 2025. De ontvangen subsidies zijn van tijdelijke aard en lijken na 2025 weer af te nemen.

Om een gedegen financieel beleid te kunnen voeren gericht op het realiseren van kwalitatief goed onderwijs, hebben schoolorganisaties stabiliteit en voorspelbaarheid nodig in de financiering. De structurele bekostiging basisvaardigheden gaat volgens planning pas in 2027 in. Door (tijdelijke) doelfinanciering kunnen scholen niet duurzaam in onderwijskwaliteit investeren en zijn ze minder goed in staat om bekostiging aan te laten sluiten bij de specifieke lokale onderwijsvraagstukken.

Inclusieve schoolgebouwen in het primair onderwijs.

Schoolorganisaties

Wat zijn de trends, ontwikkelingen en professionalisering in de schoolorganisaties?

Kleuter blij om op school te zijn

Leerlingen en onderwijs

Hoe speelt het primair onderwijs in op de behoeften van leerlingen en hun ontwikkeling?

Leerkracht helpt een leerling

Personeel

Wat zijn de ontwikkelingen en het personeelstekort in het primair onderwijs?