Leerlingen en onderwijs
Leerlingen en onderwijs
Het primair onderwijs telt bijna 1,5 miljoen leerlingen. Daarvan volgt bijna 93% regulier basisonderwijs (bo). Een klein deel van de leerlingen volgt speciaal basisonderwijs (sbo, 2,3%), speciaal onderwijs (2,4%) of voortgezet speciaal onderwijs (vso, 2,7%).
Het totaal aantal leerlingen in het primair onderwijs daalde in de afgelopen vier jaar met 2%. In het speciaal basisonderwijs (sbo) is die daling met 7% aanzienlijk sterker. Tegelijkertijd stijgt het aantal leerlingen dat naar het (voortgezet) speciaal onderwijs (so en vso) gaat. Scholen verwijzen leerlingen dus vaker naar het (v)so. De groei in het so is zelfs groter dan de daling in het sbo, dus het is niet zo dat alleen sbo-leerlingen “doorschuiven”. Dit zorgt voor knelpunten in de bekostiging, zoals de PO-Raad eerder beschreef in de Themarapportage Gespecialiseerd Onderwijs.
De komende jaren wordt nog een lichte krimp in het basisonderwijs (bo en sbo) verwacht, gevolgd door stabilisatie en vanaf circa 2032 mogelijk weer een groei van het aantal leerlingen.
Scholen in het primair onderwijs bereiden leerlingen voor op een succesvolle overstap naar het voortgezet onderwijs. Zij stimuleren de brede ontwikkeling van leerlingen: cognitief, sociaal en persoonlijk. Dat betekent dat leerlingen niet alleen taal- en rekenvaardig worden, maar ook leren over burgerschap, (digitale) geletterdheid en hun eigen welbevinden. De maatschappelijke context waarin scholen dit doen, wordt steeds complexer, onder meer door personeelstekorten en de toename van het aantal nieuwkomersleerlingen.
Resultaten uit de doorstroomtoets: rekenen, taal en lezen
Jaarlijks wordt met de doorstroomtoets het niveau van leerlingen in groep 8 gemeten voor lezen, taalverzorging en rekenen. Deze metingen zijn gebaseerd op de referentieniveaus, zoals voorgeschreven in de wet Doorstroomtoetsen PO (DST). In de themarapportage Doorstroomtoets constateerde de PO-Raad dat er veel onduidelijk is over deze metingen. De themarapportage gaat dieper in op de werking van de doorstroomtoets en de impact ervan op leerlingen en scholen. In de sectorrapportage bespreken we de ontwikkeling van de referentieniveaus en wat dit op landelijk niveau betekent.
Rekenen en wiskunde
Het aandeel leerlingen in het bo dat ten minste fundamenteel niveau 1F haalde in 2024-2025, is gestegen naar 93%. Tegelijkertijd behaalt slechts 43% van de leerlingen het streefniveau 1S. Dat is iets lager dan het jaar ervoor (46%) en ligt ongeveer op het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar (44%). In het sbo haalt bijna driekwart van de leerlingen (73%) het fundamenteel niveau niet, 3% haalt 1S.
Leesvaardigheid
Bij leesvaardigheid is er een stabiel beeld: bijna driekwart (74%) van de leerlingen haalt streefniveau 2F, een kwart (25%) fundamenteel niveau 1F en ongeveer een op de honderd leerlingen haalt 1F niet (1%). In het sbo is een gestage verbetering zichtbaar: het aandeel leerlingen dat onder 1F scoort, daalde de afgelopen jaren van een op de vijf (21%) naar een op de zes (16%).
Taalverzorging
In het bo blijft het beeld van taalverzorging stabiel; 97% van de leerlingen behaalt minimaal fundamenteel niveau 1F en ruim de helft (55%) haalt streefniveau 2F. In het sbo haalt de helft van de leerlingen (51%) ten minste het fundamentele niveau, het aandeel dat 2F haalt ligt de afgelopen 2 jaar duidelijk lager dan in de jaren daarvoor.
Nieuwkomers
Nieuwkomers zijn leerlingen die nog niet zo lang in Nederland zijn en Nederlands als tweede taal leren. Nieuwkomers kunnen om verschillende redenen (tijdelijk) in Nederland zijn, zoals voor een asielaanvraag of bij arbeids- en kennismigratie. Ook kinderen zonder geldige verblijfsstatus hebben recht op onderwijs. Sommige nieuwkomers beschikken over een Nederlands paspoort, maar doordat zij in het buitenland zijn opgegroeid, beheersen zij de Nederlandse taal doorgaans nog niet.
Bekostiging van onderwijs aan nieuwkomers
Op basis van de beschikbare data is het niet mogelijk om een uitspraak te doen over het daadwerkelijke aantal nieuwkomers op Nederlandse basisscholen, doordat leerlingen waarvoor scholen geen bekostiging ontvangen niet worden gerapporteerd. Wel is het aantal bekostigde ‘eerste- en tweedejaars nieuwkomers’ bekend. De grafiek laat dus slechts een deel van het daadwerkelijke aantal nieuwkomers zien.
Het werkelijke aantal nieuwkomers op basisscholen ligt hoger dan de bekostigde aantallen laten zien. Scholen krijgen pas extra bekostiging bij minimaal vier eerstejaars nieuwkomers, en leerlingen met een Nederlands paspoort die geen Nederlands spreken vallen buiten de regeling. Sinds juli 2023 is de bekostiging voor ‘overige vreemdelingen’ bovendien teruggebracht van twee naar één jaar. De PO-Raad ziet het als een goede stap dat sinds juli 2024 de inschrijfdatum op school meetelt in plaats van de datum van binnenkomst in Nederland. Er blijft een kloof tussen bekostigingsduur en werkelijke onderwijstijd. Nieuwkomers verhuizen vaak, waardoor zij onderwijs missen terwijl de bekostiging doorloopt. Bovendien hebben zij ook, wanneer ze doorstromen naar het regulier onderwijs, nog extra taalbegeleiding nodig, doordat het gemiddeld vijf jaar kost om een taal goed te leren. Daarom is een structureel en toekomstbestendig bekostigingssysteem nodig. Om te zorgen voor gelijke kansen in het onderwijs is het voor deze groep noodzakelijk om te blijven werken aan een intensiever taalaanbod. Daar staat momenteel geen bekostiging tegenover.
Grote zorgen over kinderen in (crisis)noodopvang
In augustus 2025 woonden er ruim 14.000 leerplichtige kinderen op COA-locaties, van wie bijna 6.300 in (crisis)noodopvang. Dit is een verdubbeling ten opzichte van juli 2023 (COA, 2025). Dit komt onder meer door vertraging in de uitvoering van de spreidingswet en door het doelgroepenbeleid dat veel gemeenten hanteren bij crisisnoodopvang. Kinderen wachten vaak lang op een plek in het onderwijs, of krijgen helemaal geen toegang. Veel verhuizen zorgt bovendien voor verlies van onderwijstijd, een onderbroken leerweg en psychische belasting (Inspectie Justitie en Veiligheid, 2023; Inspectie Justitie en Veiligheid et al., 2023). Deze problemen zijn direct merkbaar in het leren op school. Verbetering van leefomstandigheden in de opvang is een noodzakelijke voorwaarde om leren mogelijk te maken.
Ontwikkelingen in de sector en nieuwkomers
Juridische inbedding onderwijs aan nieuwkomers
De minister werkt aan een structureel wettelijk kader (Kamerbrief 24 juni 2025) voor onderwijs aan nieuwkomers. De PO-Raad ondersteunt dit, omdat leraren, scholen, gemeenten en de inspectie duidelijke afspraken nodig hebben over onderwijskwaliteit, resultaten en regionale capaciteit.
Expertisedeling in de regio
Leraren hebben specialistische kennis nodig om nieuwkomers te begeleiden in de instap- en doorgroeifase. Regionale expertisecentra zijn daarbij essentieel. Ze zorgen voor continuïteit, ook bij schommelingen in leerlingenaantallen en voorkomen verlies van kennis. Initiatieven zoals Team Taal & Cultuur laten zien hoe samenwerking expertise versterkt. De sector pleit ervoor dit soort initiatieven structureel te bekostigen, zodat expertisedeling overal beschikbaar blijft.
Landelijke ondersteuning door LOWAN-PO
LOWAN ondersteunt scholen en besturen in het funderend onderwijs, bij onderwijs aan nieuwkomers en werkt samen met gemeenten, samenwerkingsverbanden, hogescholen, universiteiten en andere partners. In maart 2025 namen ruim 3.000 professionals deel aan studiedagen in Nieuwegein. Daarnaast organiseerde LOWAN-PO webinars en scholingsbijeenkomsten over onder meer de speciaal ontwikkelde leerlijnen.
Reguliere basisscholen met één of enkele nieuwkomers maken nog weinig gebruik van LOWAN-PO (SEO-rapport, 2024), terwijl hun ondersteuningsvragen groot zijn. Daarom onderzoekt LOWAN-PO in 2025 hun behoeften, zodat vanaf 2026 de dienstverlening hier beter op kan worden afgestemd.
Schoolorganisaties
Wat zijn de trends, ontwikkelingen en professionalisering in de schoolorganisaties?
Personeel
Wat zijn de ontwikkelingen en het personeelstekort in het primair onderwijs?
Bedrijfsvoering
Wat is de status van o.a de schoolgebouwen en de financiën in het primair onderwijs?
