Schoolorganisaties
In Nederland zijn er 856 schoolorganisaties in het primair onderwijs, vooral gericht op regulier basisonderwijs. In schooljaar 2024–2025 zijn er bijna 7.000 vestigingen, waarvan ruim zes op de zeven vestigingen voor regulier basisonderwijs zijn.
Het aantal vestigingen voor basisonderwijs daalt gestaag; van 7.095 op 1 oktober 2020 naar 6968 op 1 oktober 2024. De daling zet de komende jaren door, mede door wijzigingen in de bekostiging van kleine scholen. Tegelijk komen er ook nieuwe vestigingen bij. In het regulier basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kwamen er respectievelijk 25 en 14 nieuwe vestigingen bij in schooljaar 2024-2025, en werden in datzelfde jaar 68 vestigingen gesloten.
Clusters in het speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso)
Het speciaal onderwijs (so) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) is verdeeld in vier clusters, elk voor een specifieke doelgroep:
Cluster 1: blinde en slechtziende leerlingen of kinderen met ernstige visuele beperkingen.
Cluster 2: dove en slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraak- en taalproblemen (zoals TOS) of communicatieve beperkingen.
Cluster 3: leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of een chronische ziekte.
Cluster 4: leerlingen met gedragsproblemen of psychiatrische aandoeningen (zoals autisme of ADHD) en kinderen die vanuit de jeugdzorg worden begeleid.
In cluster 1 en 2 blijft het aantal scholen al jaren gelijk; veel ambulante leerlingen krijgen hier extra begeleiding. Cluster 3 en 4 zien juist meer vestigingen, onder andere door afsplitsing van vso en omdat groei van bestaande vestigingen achterblijft bij de stijging van het aantal leerlingen. Nevenvestigingen ontvangen geen basisbekostiging en hebben geen rechten op een passende huisvesting.
Meer informatie over het gespecialiseerd onderwijs staat in de Themarapportage Gespecialiseerd Onderwijs.
Cijfers over schoolorganisaties
Het aantal schoolorganisaties in het primair onderwijs daalde van 969 in 2018 naar 858 in 2024, vooral door fusies. Ruim een derde (37%) is een éénpitter, een zelfstandige school met vaak een directeur-bestuurder, tegenover 39% vier jaar geleden.
De meeste organisaties hebben alleen scholen voor regulier basisonderwijs (613). 114 organisaties combineren regulier basisonderwijs met sbo; 86 richten zich op gespecialiseerd onderwijs (sbo, so en/of vso) zonder regulier basisonderwijs. 37 organisaties bieden alle po-onderwijssoorten en 8 organisaties hebben een andere combinatie van twee of drie schoolsoorten.
Veruit de meeste schoolorganisaties (828) zijn uitsluitend actief in het primair onderwijs; 53 hebben ook vestigingen in het voortgezet onderwijs.
|
onderwijssoort |
gemiddeld vestigingsaantal |
gemiddeld leerlingaantal |
|
bo |
5,3 |
1.127 |
|
bo en sbo |
16,6 |
3.682 |
|
bo en so |
13,0 |
3.422 |
|
bo, sbo en so |
20,7 |
5.731 |
|
bo, sbo, so en vso |
23,1 |
5.632 |
|
bo, so en vso |
15,7 |
3.465 |
Goed Worden, Goed Blijven
Het programma Goed Worden, Goed Blijven (GWGB) biedt al sinds 2009 ondersteuning aan scholen waarvan de onderwijskwaliteit door de Inspectie van het Onderwijs onvoldoende of zeer zwak is beoordeeld. Het doel van dit programma is om de onderwijskwaliteit op deze scholen snel en duurzaam te verbeteren. Ook besturen die onvoldoende beoordeeld worden op het gebied van de bestuurlijke kwaliteitszorg, kunnen onder begeleiding van GWGB aan de slag met het verbeteren hiervan. Daarnaast biedt Goed Worden, Goed Blijven + (GWGB+) ondersteuning aan scholen en besturen die risico’s zien ten aanzien van hun onderwijskwaliteit en hier preventief mee aan de slag willen. Met beide programma’s geeft de PO-Raad invulling aan de collectieve verantwoordelijkheid voor goed onderwijs voor alle kinderen
Aantal ondersteunde scholen en besturen
GWGB heeft in schooljaar 2023/2024 ondersteuning geboden aan 63 scholen die een onvoldoende beoordeling hebben gekregen van de Inspectie, 35 scholen met het oordeel ‘zeer zwak’ en 27 besturen met het oordeel ‘onvoldoende’. Daarmee bereikt GWGB zo’n twee derde van de onvoldoende/zeer zwak beoordeelde scholen en vrijwel alle onvoldoende beoordeelde besturen. Waar het aantal begeleide besturen nagenoeg gelijk is gebleven, is het aantal scholen dat GWGB ondersteunt ten opzichte van schooljaar 2022/2023 circa 17 procent gestegen. Dit is met name toe te schrijven aan de intensivering van het inspectietoezicht op scholen; het bereik van het programma is slechts licht gestegen.
GWGB+ heeft in schooljaar 2023/2024 ondersteuning geboden aan 130 scholen en 27 besturen. Ook voor GWGB+ geldt dat het aantal begeleide besturen nagenoeg gelijk is gebleven; het aantal begeleide scholen is licht gedaald (8%).
Resultaten GWGB
Van de scholen die in schooljaar 2023/2024 door GWGB zijn ondersteund, heeft 61% hun onderwijskwaliteit verbeterd bij het herstelonderzoek ongeveer een jaar na de eerste beoordeling. Ditzelfde gold voor 74% van de besturen. Bij respectievelijk 22% van de ondersteunde scholen en 11% van de ondersteunde besturen was nog geen voldoende verbetering zichtbaar.
Net als in 2022/2023 geldt dat een deel van de scholen na een jaar nog niet voldoende verbetering laat zien, omdat het herstelonderzoek relatief kort na de eerste beoordeling plaatsvindt. Verbeteringen in de onderwijskwaliteit worden vaak pas later zichtbaar.
Om dit inzichtelijk te maken, ontwikkelde de PO-Raad een infographic. Bij de overige scholen en besturen heeft de inspectie nog geen herstelonderzoek uitgevoerd of heeft in de tussenliggende periode een fusie of sluiting plaatsgevonden.
Bestuurlijke visitaties
Bestuurlijke visitaties vormen een belangrijk instrument voor versterking van de sector. Binnen de PO-Raad houden leden elkaar een spiegel voor en brengen zij gezamenlijk ontwikkelpunten in beeld om het bestuurlijk handelen verder te professionaliseren. Het aantal visitaties stijgt: 34 in 2023, 37 in 2024 en 39 in 2025. De visitaties worden uitgevoerd door een poule van ruim honderd betrokken bestuurders uit de sector.
Accreditatie
Sinds juni 2025 is accreditatie met de vernieuwde Governancecode Funderend Onderwijs een vast onderdeel van professioneel bestuur in het primair onderwijs. Bestuurders laten zich voortaan eens per vijf jaar accrediteren: een waardevolle stap die bijdraagt aan het versterken van de kwaliteit én het vertrouwen in onderwijsbestuur. De accreditatie onderstreept de inzet van bestuurders voor hun eigen ontwikkeling én die van de organisatie. Het stimuleert lerend leiderschap, bevestigt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goed en integer bestuur en versterkt het maatschappelijke vertrouwen in de sector.
Op 1 oktober 2025 zijn er 9 accreditaties verleend in het po en 4 in het po/vo. Met ingang van 1 januari 2026 wordt een onafhankelijke accreditatieorganisatie opgericht die jaarlijks zo’n 300 bestuurders uit het funderend onderwijs door het accreditatieproces leidt.
Inzicht in ICT met de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025
In het voorjaar van 2025 is de Monitor Digitalisering Onderwijs voor het eerst uitgevoerd. Deze monitor geeft scholen en schoolorganisaties inzicht in de stand van zaken rond digitalisering. Belangrijke thema’s zijn onder meer informatiebeveiliging en privacy (IBP), digitale geletterdheid, ICT-bekwaamheid en innovatie. De Monitor Digitalisering Onderwijs is een initiatief van de PO-Raad, VO-raad en Kennisnet en ondersteunt scholen en besturen bij evidence-informed werken oftewel het nemen van beslissingen op basis van data en onderzoek.
De monitor werd tussen 10 maart en 14 april 2025 uitgezet onder schoolorganisaties, de onderliggende school of scholen. De vragenlijsten richtten zich op vijf doelgroepen: bestuurders, schoolleiders, ICT-coördinatoren, beleidsadviseurs ICT en leraren. Er zijn ruim 5000 afgeronde vragenlijsten, verspreid over 281 van de 1035 aangeschreven schoolorganisaties, een flinke toename ten opzichte van de voorganger ‘MYRA’ uit 2023.
De spreiding van de deelname laat zien dat de monitor representatief is voor alle sectoren, regio’s en schooltypen. Er deden relatief meer grotere schoolorganisaties mee dan kleinere of éénpitters. Een analyse van de respons laat een brede landelijke dekking zien met concentraties in de Randstad en de stedelijke gebieden van Gelderland en Overijssel.
De landelijke rapportage van de Monitor Digitalisering Onderwijs is medio november 2025 gepubliceerd in samenwerking tussen PO-Raad, VO-raad en Kennisnet.
Visie, beleid en middelen
Bijna zes op de tien besturen (59%) hebben een visie opgesteld over het effectief en verantwoord inzetten van ICT in het onderwijs. Op schoolniveau is ICT opgenomen in de visie bij bijna zeven op de tien scholen (68,8%). Ruim de helft van de besturen (53%) en vier op de tien scholen (42%) hebben ICT ook geïntegreerd in het strategisch meerjarenbeleid.
Bijna negen op de tien besturen (89%) en ruim acht op de tien scholen (84%) beschikken over een apart ICT-budget. Toch verwacht tweederde van de scholen en besturen dat dit budget over twee jaar niet meer toereikend zal zijn. Momenteel vindt 58% van de besturen en 46% van de scholen het budget toereikend, maar slechts 29% van de besturen en 25% van de scholen verwacht dat dit zo blijft.
Ook in personele capaciteit voorzien scholen knelpunten. Slechts 38% van de besturen en 55% van de scholen vindt dat er momenteel voldoende fte’s beschikbaar zijn om het ICT-beleid goed uit te voeren. Drie op de tien besturen (30%) en een derde van de scholen (35%) verwachten dat de capaciteit over twee jaar nog toereikend is.
Informatiebeveiliging en privacy (IBP)
Informatiebeveiliging en privacy (IBP) is bij driekwart van de besturen (76%) opgenomen in de visie, tegenover vier op de tien scholen (40%). Een minderheid van de respondenten geeft aan dat structurele evaluatie en opvolging van het beleid nog ontbreken. De meeste besturen (84%) besteden aandacht aan bewustwording rond digitale risico’s, maar scholen rapporteren minder vaak over de naleving van IBP-afspraken met leveranciers.
Verschillen tussen bestuur en schoolpraktijk
Professionals op scholen ervaren dat beleid en uitvoering niet altijd goed op elkaar aansluiten. Een visie op ICT en digitale geletterdheid staat vaak op papier, maar uitvoering, ondersteuning en professionalisering blijven achter. Respondenten noemen de aansluiting tussen beleid, praktijk en ondersteuning een belangrijk verbeterpunt.
Overkoepelend beeld
De uitkomsten uit de Monitor Digitalisering laten zien dat het tekort aan ondersteuning, zowel financieel als in menskracht, een belangrijke belemmering vormt voor de verdere ontwikkeling van digitalisering in het onderwijs. Tegelijkertijd vragen professionalisering (inclusief de brug naar digitale geletterdheid) en een weldoordacht beleid rond digitalisering om meer aandacht en samenhang. De bestaande schaarste aan tijd, middelen en deskundigheid benadrukt het belang van samenwerking tussen schoolorganisaties op regionaal niveau. Door kennis en expertise te delen of te bundelen en gezamenlijke kaders te ontwikkelen, kunnen scholen en besturen digitalisering structureler verankeren in beleid en praktijk. Denk hierbij aan afspraken rondom de inkoop van leermiddelen (zie ook: SIVON), het normenkader IBP en thema’s die veel inzet vragen en relatief nieuw zijn voor scholen en schoolorganisaties, zoals artificial intelligence en digitale geletterdheid.
Bedrijfsvoering
Wat is de status van o.a de schoolgebouwen en de financiën in het primair onderwijs?
Personeel
Wat zijn de ontwikkelingen en het personeelstekort in het primair onderwijs?
Leerlingen en onderwijs
Hoe speelt het primair onderwijs in op de behoeften van leerlingen en hun ontwikkeling?
